Openingstijden  Bezoek beperkt mogelijk na reservering behalve op dinsdag t/m vrijdag  Locatie  Synagoge Borculo Weverstraat 4 7271 AJ Borculo  Contactgegevens  Stichting Synagoge Borculo Secretariaat: A.G.M. Olthofinfo@synagogeborculo.nl  Tel: 06 3013 7752 De stichting staat bij de belastingdienst ingeschreven als een ‘Algemeen nut beoogde instelling’.
HERINNERINGEN SALLO ROOZENDAAL Sallo Roozendaal (1949) is de nog enige Joodse inwoner van Borculo. Hij is de oudste zoon van Mozes Salomon (Mau) Roozendaal (1912-1984) en Sara Maas (1918-2002), die een manufacturenzaak dreven aan de Burgemeester Bloemersstraat. Zijn grootvader, Salomon Roozendaal, kwam in het begin van de 20ste eeuw vanuit Emden in Noord- Duitsland, samen met 2 broers, naar Nederland. Alle drie zaten ze in de aardewerkhandel. Salomon vestigde zich in Borculo als textielhandelaar, zijn broers beproefden hun geluk in Lochem en Hengelo. Hij trouwde met Johanna Roozendaal. Zij kregen drie zoons, Mau, Bram en Erik. Naast zijn werk in de manufacturenzaak, bezocht hij samen met zijn zoons ook markten in de omgeving om daar vooral stoffen aan de man te brengen. Al ruim voor de oorlog vervoerde hij zijn waar met een vrachtauto. Deze deed ook dienst als personenvervoermiddel, wanneer op zondag leden van de muziekvereniging ‘De Volharding‘, de gymnastiekvereniging ‘Borchlo’ en voetbalvereniging ‘Reünie’ naar elders werden vervoerd. De kinderen waren lid van verschillende sportverenigingen. Het bewijst dat het gezin Roozendaal, net als andere joodse families, volkomen geïntegreerd was in de Borculose gemeenschap. In 1938 overleed zijn grootvader. De Tweede Wereldoorlog heeft ook in de familie van Sallo heftig toegeslagen. In 1942 moest zijn vader, Mau, onderduiken. Hij was gewaarschuwd door een N.S.B.-er en vond een schuilplaats in het Assinkbos tussen Eibergen en Haaksbergen. Het onderkomen was niet meer dan een kuil in de grond. Hij en een vriend werden verraden, maar ze konden op het nippertje ontkomen. Eerst verbleef hij enige tijd bij de familie Jacobi in Diepenheim, om vervolgens onderdak te vinden bij een broer van Jacobi, een boer in de Wieringermeer. De grootmoeder van Sallo, Johanna, een oom en zijn vrouw en hun zoontje werden in 1942 weggevoerd en zijn omgekomen in Auschwitz. Een andere oom, die in Arnhem met zijn vrouw en 2 jonge kinderen (2 en 6 jaar) woonde, werd opgepakt, weggevoerd en kwam eveneens om in Auschwitz. Mau en zijn schoonzus met de twee kinderen waren de enige overlevenden van de familie Roozendaal-Roozendaal. Het was in die tijd niet ongebruikelijk dat in dit geval Mau zou huwen met zijn schoonzus en daarmee de zorg op zich zou nemen voor de beide kinderen. Beiden stonden echter zo verschillend in het leven – hij behoudend, zij vrijzinnig – dat dit bij voorbaat tot mislukken gedoemd leek. Mau bleef daardoor alleen achter in Borculo. Hij pakte de draad weer op als textiel- handelaar. Na de oorlog gingen opnieuw veel joden die de oorlog hadden overleefd in de textiel of in de veehandel. De familie Colthof was al heel lang bevriend met de familie Roozendaal. ‘Tante’ Leen Colthof bracht Mau, die op zoek was naar een huishoudster, op het spoor van Sara Maas. Sara was getrouwd geweest met Bram Herschel en woonde destijds bij haar ouders in in Groenlo. Haar vader, haar twee broers en Bram Herschel werden in 1942 opgepakt, weggevoerd en vermoord in Sobibor. Sara wist te ontkomen en verbleef de laatste jaren van de oorlog in Enschede. Zij heeft daar, ondanks het gevaar en de voortdurende onzekerheid, een goede tijd gehad in een gezin waarvan de vrouw een zus van haar zou kunnen zijn. Zij ging ’s zondags mee naar de dienst in de gereformeerde kerk. Na de oorlog ging zij terug naar Groenlo. Niet lang daarna trad zij in dienst als huishoudster bij Mau. Zij trouwden in 1947. In 1948 werd zoon Sallo geboren, die kort na de geboorte overleed. De zoon die in 1949 ter wereld kwam, kreeg ook de naam Sallo. Zijn broer Jacques (Sjakie) volgde in 1952. Behalve inkomsten uit de textielwinkel verdiende zijn vader zijn brood met de bevoorrading van kermisexploitanten en woonwagenbewoners. Zij kochten bij hem de stoffen en manufacturen in die ze vervolgens weer uitventten bij boeren in de wijde omgeving. Zijn moeder zwaaide de scepter in de winkel aan de Bloemersstraat. Over de oorlog werd in het gezin van Sallo nooit gesproken. ‘Ik heette Jan Hartsuiker’, was het enige dat zijn vader kwijt wilde en daarmee sloot hij het verhaal. Sallo vermoedt dat zijn ouders hun kinderen niet wilden belasten met die loodzware geschiedenis. De band met de familie was bijzonder hecht. Iedere zondag werd over en weer familiebezoek afgelegd bij de familie Maas in Groenlo of Franken in Haaksbergen. Sallo herinnert zich dat de sfeer altijd ontspannen was, dat er veel werd gegeten. Ook in familiekring werd het gespreksonderwerp ‘oorlog’ vermeden. ‘De bladzijde omslaan en verdergaan’, was het motto. Behalve met de familie was er een innig contact met de onderduikadressen, waar zijn vader en moeder hadden verbleven. Over en weer waren er uitnodigingen voor familiefeestjes, maar ook daar was het verhaal over de oorlog geen onderwerp van gesprek. Sallo vertelt dat hij het ook niet echt heeft gemist, al vrij snel vermeed hij zelf het precaire onderwerp aan te snijden. Daar kwam bij dat zijn vader, toen Sallo 15 jaar oud was, een hersenbloeding kreeg die een persoonlijkheidsverandering met zich mee bracht. Borculo was voor de oorlog al een levendig centrum, dat veel joden uit de hele omgeving trok. Dat was na de oorlog niet anders. Sallo herinnert zich de jaarlijkse huwelijksmarkten, de joodse bals in hotel Bennink, waar nu de kringloopwinkel De Cirkel zit. Date party’s avant la lettre. Voor de pauze was er een programma waar ook de kinderen welkom waren. Er waren optredens met Sylvain Poons en Enny Mols de Leeuwe, maar ook niet-joodse artiesten maakten hun opwachting, zoals The Three Jacksons en Rita Hovink. In de pauze werd Sallo door zijn vader of moeder naar huis gebracht, er werden kosjere broodjes pekelvlees en worst verkocht door de slager Samson uit Enschede. Na de pauze ging het feest in volle gang, vaak met muziek van de Moodchers, het in die tijd wijd en zijd vermaarde dansorkest, waar de latere schoonvader van Sallo deel van uitmaakte. De vader van Sallo overleed in 1984, 72 jaar oud, zijn moeder op 84 jarige leeftijd in 2002. Sallo is getrouwd met Astrid Waanders. Ze hebben 2 kinderen, een zoon en een dochter. Broer Sjakie woont met zijn vrouw in Almere en ook zij hebben een zoon en een dochter.